Spaanse verleden van Camping Fort Bedmar

SituatieplanCamping Fort Bedmar bevindt zich aan
" Het Spaans Kwartier " de naam verwijst naar het Spaans verleden van deze wijk, die deel uitmaakt van De Klinge.

Het ontstaan van het Spaans Kwartier situeert zich in de periode van 1570 tot 1596. Noord-Nederland zit in de 80-jarige oorlog gewikkeld met Spanje. In 1570 staat Hulst half onder water door de Allerheiligen-vloed, en op het Spaans Kwartier ligt een garnizoen Spaanse soldaten ingekwartierd (van toen dateert de naam "Spaans Kwartier").

Een fortengordel wordt aangelegd. Aan Spaanse zijde in 1596; fort De Klinge (later verandert dit in fort Bedmar), Eecken Schans, fort Fuentes (later Spinola) en fort Sint-Jansteen. Aan Hollandse zijde: vesting Hulst, fort Moerschans, fort de Raap, fort Zandberg. Tussen de Hollandse en Spaanse militaire bolwerken ligt een voor het grootste deel overstroomd niemandsland.

De huidige polders uit het Beverse en Zeeuws-Vlaanderen staan onder water. In een poging om de opmars van de Spanjaarden naar Antwerpen te stuiten hebben de Hollanders in 1584 en 1585 de dijken doorgestoken.

Fort SchetsDe Spaanse legers onder leiding van de Hertog van Parma, Alexander Farmese laten zich echter niet afschrikken door het water. Wanneer de Spanjaarden beslissen om een brug over de Schelde te slaan om zo de rivier te blokkeren en de bevoorrading van Antwerpen te verhinderen, ontstaat in de buurt van Fort Sint-Jan en Fort De Klinge een koortsachtige aktiviteit. In het Koninklijk Bos beter bekend als "De Stropers" velt men 10.000 bomen en via platte boten op de Parmavaart gaan de boomstammen naar Kallo.

Na de kapitulatie van Antwerpen (1585) kiezen de Spanjaarden een nieuw doelwit: de oude middeleeuwse handelsstad Hulst, in handen van de troepen van Willem van Oranje. Beide legers vallen mekaar om de haverklap aan, maar stilaan stabilizeert het oorlogsfront en beide kampen bouwen een fortengordel uit.

De Spaanse troepen wagen in 1596 een grote uitval naar Hulst. Meer dan 30.000 soldaten rukken vanuit Fort Spinola en Fort De Klinge op naar Hulst via een niet overstroomde strook tussen de dijk van Kieldrecht en De Klinge, nadat zij de Hollanders in verwarring brachten door een schijnaanval op Breda. Op 16 augustus 1596 valt de Zeeuwse handelsstad in handen van de Spaanse legeraanvoerder Albertus Van Oostenrijk. In de volgende jaren doen de Spanjaarden al het mogelijke om van Hulst een oninneembare vesting te maken tegen de opnieuw dreigende Hollandse legers, die één na één de overstroomde polder droogleggen. Eén van de belangrijkste is de Rode Moerpolder in De Klinge.

SituatieplanIn 1645 keert het oorlogstij. De Hollanders overrompelen Fort Spinola en daarna Hulst. Na de overgave van Hulst vallen de strijdende troepen grotendeels terug op hun posities van voor 1596. Wanneer drie jaar later de vrede van Munster (1648) een einde maakt aan de vijandelijkheden tussen de Hollanders en de Spanjaarden zijn de posities van de legers van de Hollanders doorslaggevend voor het bepalen van de grillige grens. De scheiding tussen Noord en Zuid is definitief. De grenslijn die toen getrokken werd, vormt nu nog steeds de grens tussen Nederland en België.

Nog eenmaal flakkert de strijd op. Rond 1700 is de macht van het Spaanse rijk fel getaand. Na de dood van Karel II van Spanje volgt een Franse prins de vorst op. Engeland, Oostenrijk en Holland verzetten zich tegen deze invloeds-uitbreiding van de Fransen. De Spanjaarden en Fransen trekken zich terug achter de Parmavaart en behouden Fort Sint-Jan en Fort De Klinge. Er volgen verscheidene veldslagen met Hulst als inzet.

Onder leiding van de Markies van Bedmar wordt Fort De Klinge vanaf 1702 een stervormige vesting met een oppervlakte van 16 hektare. De millitaire vesting krijgt een nieuwe naam, Fort Bedmar . Het is een onderdeel van een verdedigings-gordel van Sas van Gent tot Antwerpen.

LuchtfotoHet nieuwe Fort Bedmar komt te laat. In 1713 ondertekenen de strijdende partijen een vredesakkoord en komen de Zuidelijke Nederlanden in handen van de Oostenrijkers, bondgenoten van de Hollanders. Tolhuizen nemen de plaats in van vestingen. De bestaande fortengordels verliezen hun belang en vervallen in een zeer snel tempo.

Het hoeft geen betoog dat bij het ontbreken van wegen in die tijd al die strijdkrachten zich verplaatsten van dorp tot dorp, en gezien De Klinge zo dicht bij Hulst lag, is menig bezoek van Nederlandse en Spaanse (en later Franse) troepen een hel voor de bevolking, denkende aan de verwoesting van de oogst, plundertochten en vechtpartijen.

Dwarsdoorsnede grachtIn 1825 zijn de overblijfselen van de eerst schansen van Fort De Klinge, opgericht door Fuentes nog zichtbaar.

Heden blijven van Fort Bedmar nog maar weinig sporen achter. Op luchtfoto's vindt men de stervorm van het Fort terug. Op de begane grond staat een boerderij en de Neckerswal (te zien naast de Camping), dit zijn de enige restanten van de vroegere wal.

Waar legers zich klaarmaakten voor de aanval of zich verdedigden tegen de Hollandse soldaten staan nu kampeerders met hun caravan of tent te genieten van de rust .

Tekening FortbedmarlinieHet lot van Fort Bedmar is geen alleenstaand geval. Zowel de vestingen langs de Nederlandse als de Belgische kant overleefden de tand des tijds niet.

In 2001 was het 300 jaar geleden dat " De Linie" gegraven werd tussen Langerbrugge (bij Gent) en de Schelde bij Kallo. Over het hele traject zijn nog enkele restanten te vinden of verwijzen plaatsnamen naar deze verdedigings-gordel, een van de best bewaarde is de "Bedmarlinie".

Waar vroeger het niemandsland was tussen Hollanders en Spanjaarden zijn nu uitgestrekte landbouwgebieden, mooie natuurlijke vijvers en prachtig natuurschoon. Dit zijn de stille getuigen van het verleden.




***